Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts.
Enkelartrose is slijtage van het kraakbeen in het enkelgewricht. Hierdoor kunnen pijn, stijfheid, zwelling en bewegingsbeperkingen ontstaan. Vooral tijdens het stappen en bij het opstarten van beweging kunnen patiënten klachten ervaren.
Enkelartrose ontstaat vaak na een eerdere enkelbreuk of een ernstig enkelbandletsel. Daarnaast kunnen reumatische aandoeningen en afwijkingen in de stand van de voet of enkel bijdragen aan gewrichtsslijtage.
De behandeling hangt af van de ernst van de artrose, uw klachten en de stand en stabiliteit van het enkelgewricht.
Dr. Wahid Rezaie, orthopedisch voet- en enkelchirurg bij AZORG Aalst, behandelt patiënten met enkelartrose. Afhankelijk van de situatie zijn zowel niet-operatieve behandelingen als verschillende chirurgische ingrepen mogelijk.

Het enkelgewricht wordt gevormd door het scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen. De gewrichtsoppervlakken zijn bedekt met een gladde laag kraakbeen.
Dit kraakbeen zorgt ervoor dat de botten soepel langs elkaar bewegen en vangt een deel van de belasting tijdens het stappen op.
Bij enkelartrose raakt het kraakbeen geleidelijk beschadigd. Daardoor wordt de kraakbeenlaag dunner en kan het onderliggende bot gedeeltelijk bloot komen te liggen.
Daarnaast kunnen botuitsteeksels (osteofyten) en ontstekingsreacties in het gewricht ontstaan. Dit kan leiden tot pijn, zwelling en een verminderde beweeglijkheid.
Beschadigd gewrichtskraakbeen herstelt nauwelijks vanzelf. Toch kunnen verschillende behandelingen de klachten verminderen en het functioneren verbeteren.

De klachten verschillen per patiënt en hangen onder andere af van de ernst van de gewrichtsslijtage.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
Bij ernstige enkelartrose kunnen dagelijkse activiteiten, zoals traplopen, wandelen en sporten, steeds moeilijker worden.
Het invullen van een vragenlijst, zoals de AOFAS-enkel- en achtervoetvragenlijst, helpt ons om uw voet- en enkelklachten en de invloed ervan op uw dagelijkse activiteiten beter in kaart te brengen. Daarnaast biedt deze vragenlijst inzicht in uw functioneren en helpt deze om het verloop en de resultaten van de behandeling te evalueren.
Een van de belangrijkste oorzaken van enkelartrose is een eerder letsel aan het enkelgewricht.
Vooral na een enkelbreuk of ernstig enkelbandletsel kan het kraakbeen beschadigd raken. Daarnaast kunnen blijvende instabiliteit en een afwijkende gewrichtsstand zorgen voor een ongelijkmatige belasting.
Hierdoor kan zelfs jaren na het oorspronkelijke letsel artrose ontstaan.
Een afwijkende stand van het onderbeen, de enkel of de achtervoet kan ervoor zorgen dat bepaalde delen van het gewricht overmatig worden belast.
Daardoor kan het kraakbeen aan één zijde sneller slijten.
Vooral bij asymmetrische enkelartrose is het belangrijk om de mechanische uitlijning van het volledige been te beoordelen.
Ontstekingsziekten, zoals reumatoïde artritis, kunnen het gewrichtskraakbeen beschadigen.
Hierbij kunnen ook andere gewrichten worden aangetast.
Soms ontstaat enkelartrose zonder een duidelijk voorafgaand letsel of een andere aantoonbare oorzaak.
Deze vorm wordt primaire of idiopathische enkelartrose genoemd.
De diagnose wordt gesteld op basis van uw klachten, een klinisch onderzoek en beeldvorming.
Tijdens de raadpleging onderzoekt de voet- en enkelchirurg onder andere:
Staande röntgenfoto’s van de enkel zijn belangrijk om de mate van artrose en de gewrichtsstand onder belasting te beoordelen.
Bij een afwijkende beenas kan aanvullend een staande beenasopname worden gemaakt. Hiermee wordt de uitlijning van het volledige been onderzocht.
Indien nodig volgt aanvullende beeldvorming, zoals een CT-scan of MRI.
Bij complexe standafwijkingen kan ook een biomechanisch onderzoek in het Voetlab AZORG Aalst waardevolle informatie opleveren.
De behandeling van enkelartrose is afhankelijk van de ernst van de klachten, de mate van kraakbeenslijtage en de stand van het gewricht.
In eerste instantie wordt meestal gekozen voor een niet-operatieve behandeling. Wanneer deze onvoldoende verlichting biedt, kan een operatie worden overwogen.
Bij lichte tot matige enkelartrose kunnen verschillende maatregelen helpen om pijn te verminderen en het dagelijks functioneren te verbeteren.
Pijnstillers en ontstekingsremmende medicatie kunnen tijdelijk verlichting bieden. De keuze hangt af van uw gezondheidstoestand en eventuele andere medicatie.
Gerichte oefeningen helpen om de spierkracht, stabiliteit en beweeglijkheid van de enkel zoveel mogelijk te behouden.
Daarnaast kan kinesitherapie bijdragen aan een beter stappatroon.
Steunzolen kunnen de voet ondersteunen en de belasting gunstiger verdelen.
Bij ernstige bewegingsbeperkingen kunnen aangepaste schoenen met een stijve of afwikkelzool helpen om comfortabeler te stappen.

Een enkelbrace kan extra stabiliteit bieden en pijnlijke bewegingen beperken.
Bij overgewicht kan gewichtsvermindering de belasting van het enkelgewricht beperken.
Daarnaast kan het nuttig zijn om activiteiten met veel schokbelasting te vervangen door fietsen of zwemmen.

Wanneer pijnklachten door enkelartrose onvoldoende verbeteren met medicatie, kinesitherapie of aangepaste schoenen, kan een injectie in het enkelgewricht worden overwogen.
Er bestaan verschillende soorten injecties. Het doel is om pijn te verminderen en de functie van de enkel te verbeteren. Een injectie kan het beschadigde kraakbeen echter niet herstellen.
Een injectie met corticosteroïden kan de ontstekingsreactie in het enkelgewricht tijdelijk verminderen. Hierdoor kunnen pijn en zwelling afnemen.
Deze behandeling wordt vooral overwogen bij pijnlijke artrose met tekenen van gewrichtsontsteking. Het effect is meestal tijdelijk en verschilt per patiënt. Herhaalde injecties worden terughoudend toegepast vanwege mogelijke bijwerkingen.
Hyaluronzuur is een lichaamseigen stof die voorkomt in gewrichtsvloeistof. Het draagt bij aan de smering en schokdemping van het gewricht.
Bij een gelinjectie wordt hyaluronzuur rechtstreeks in het enkelgewricht toegediend. Het doel is om pijn te verminderen en de beweeglijkheid te verbeteren.
Sommige patiënten ervaren verlichting. Het wetenschappelijke bewijs voor een duidelijk en langdurig effect bij enkelartrose is echter beperkt.
Bij een PRP-behandeling wordt een kleine hoeveelheid bloed afgenomen. Vervolgens wordt dit bloed gecentrifugeerd om plasma met een verhoogde concentratie bloedplaatjes te verkrijgen.
Dit plasma wordt daarna in het enkelgewricht geïnjecteerd. Bloedplaatjes bevatten groeifactoren die betrokken zijn bij biologische herstelprocessen.
Hoewel PRP bij verschillende pees- en gewrichtsaandoeningen wordt onderzocht, heeft een gerandomiseerde studie bij enkelartrose geen duidelijk voordeel aangetoond ten opzichte van een placebo-injectie.
De keuze voor een injectiebehandeling hangt af van de ernst van de enkelartrose, de aanwezigheid van ontstekingsverschijnselen en eerdere behandelingen.
Geen van deze infiltraties kan de bestaande kraakbeenschade herstellen of aantoonbaar de progressie van enkelartrose stoppen.
Tijdens de raadpleging bespreekt de voet- en enkelchirurg de mogelijke voordelen, beperkingen en risico’s van de verschillende behandelingen.
Wanneer niet-operatieve behandelingen onvoldoende helpen, kan een chirurgische behandeling worden overwogen.
De keuze hangt onder andere af van de ernst en verdeling van de artrose, de gewrichtsstabiliteit, de stand van het been en uw activiteitenniveau.
Er bestaan vier belangrijke operatieve behandelmogelijkheden.
Bij een kijkoperatie, ook wel enkelartroscopie genoemd, brengt de chirurg via kleine huidsneden een camera en instrumenten in het enkelgewricht.
Hiermee kunnen onder andere ontstoken weefsel, losse botfragmenten en hinderlijke botuitsteeksels worden verwijderd.
Deze behandeling kan vooral nuttig zijn bij beginnende artrose met mechanische inklemmingsklachten.
Bij gevorderde enkelartrose is het effect doorgaans beperkt, omdat het verloren kraakbeen niet wordt hersteld.

Bij sommige patiënten is het kraakbeen vooral aan één zijde van het enkelgewricht beschadigd.
Dit kan ontstaan door een afwijkende stand van het onderbeen of de enkel.
Met een supramalleolaire osteotomie wordt de stand van het onderbeen net boven het enkelgewricht gecorrigeerd.
Hierdoor kan de belasting worden verplaatst van het beschadigde deel naar een beter bewaard gedeelte van het gewricht.
Deze gewrichtssparende operatie kan vooral geschikt zijn voor geselecteerde, relatief jonge en actieve patiënten met asymmetrische enkelartrose.
Het doel is om pijn te verminderen, de belasting beter te verdelen en een enkelprothese of enkelartrodese mogelijk uit te stellen.

Bij ernstige enkelartrose kan een enkelartrodese worden uitgevoerd.
Tijdens deze operatie worden het scheenbeen en het sprongbeen in een gecorrigeerde stand aan elkaar vastgezet.
Daardoor verdwijnt de beweging in het enkelgewricht. Tegelijkertijd kan de pijn aanzienlijk verminderen.
Een enkelartrodese kan afhankelijk van de situatie via een kijkoperatie of een open operatietechniek worden uitgevoerd.
Hoewel het enkelgewricht na een enkelartrodese niet meer beweegt, kunnen de meeste patiënten na voldoende herstel weer goed stappen en hun dagelijkse activiteiten hervatten.
Er bestaan verschillende misvattingen over het vastzetten van de enkel. Zo denken sommige patiënten dat zij na de operatie ernstig zullen manken of niet meer mogen autorijden. Dit is echter niet noodzakelijk het geval. Veel patiënten ontwikkelen een goed functioneel stappatroon en kunnen, zodra zij voldoende hersteld zijn en veilig de pedalen kunnen bedienen, opnieuw autorijden.
Ook sportactiviteiten blijven vaak mogelijk. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat ongeveer 70% van de patiënten sportactiviteiten kan hervatten na een enkelartrodese. De mogelijkheden hangen onder andere af van de gekozen sport, het herstel en de functie van de aangrenzende gewrichten.
De aangrenzende gewrichten in de voet nemen een deel van de verloren beweging over. Hierdoor kan op langere termijn extra belasting van deze gewrichten ontstaan.


Een enkelprothese is een kunstgewricht waarmee de beschadigde gewrichtsoppervlakken worden vervangen.
Het belangrijkste voordeel ten opzichte van een enkelartrodese is dat een deel van de beweeglijkheid van de enkel behouden blijft.
Dit kan bijdragen aan een natuurlijker stappatroon en een betere voetafwikkeling.
Niet iedere patiënt komt echter in aanmerking voor een enkelprothese. Een correcte uitlijning van het been, voldoende stabiliteit en een goede beweeglijkheid zijn belangrijke voorwaarden.
Soms zijn aanvullende operatieve correcties nodig om deze voorwaarden te verbeteren.
Meer informatie over de operatie, voorbereiding en revalidatie vindt u op onze pagina Enkelprothese bij enkelartrose.

Röntgen-foto’s voor en na het plaatsen van een enkelprothese type Infinity™ Total Ankel System.
Bij ernstige enkelartrose zijn zowel een enkelprothese als een enkelartrodese mogelijke behandelingen.
Een enkelprothese behoudt een deel van de gewrichtsbeweging. Daartegenover staat dat slijtage of loslating op termijn een nieuwe operatie noodzakelijk kan maken.
Een enkelartrodese biedt een stabiele oplossing zonder bewegend kunstgewricht. De beweging in de enkel gaat hierbij echter verloren.
De TARVA-studie, onder leiding van prof. Andrew Goldberg en gepubliceerd in Annals of Internal Medicine (2022), vergeleek beide operatietechnieken bij 303 patiënten met ernstige enkelartrose.
Uit het onderzoek bleek dat zowel een enkelprothese als een enkelartrodese de pijn en het functioneren aanzienlijk kunnen verbeteren.
Na één jaar werd op de primaire uitkomstmaat geen statistisch significant verschil tussen beide behandelingen vastgesteld. Een aanvullende analyse liet wel gunstigere resultaten zien voor bepaalde typen enkelprothesen.
Daarom wordt de keuze steeds individueel gemaakt, rekening houdend met de leeftijd, activiteit, botkwaliteit, gewrichtsstabiliteit en verwachtingen van de patiënt.
Wetenschappelijke referentie: Goldberg AJ et al. Total Ankle Replacement Versus Arthrodesis for End-Stage Ankle Osteoarthritis. Ann Intern Med. 2022.
De revalidatie verschilt sterk per operatietechniek.
Na een kijkoperatie is het herstel doorgaans korter dan na een standscorrectie, enkelartrodese of enkelprothese.
Bij uitgebreidere ingrepen is vaak tijdelijk een gipsspalk of walker nodig. Daarnaast moet de belasting van het geopereerde been geleidelijk worden opgebouwd.
Kinesitherapie helpt vervolgens om de spierkracht, stabiliteit en het stappatroon te verbeteren.
Het volledige herstel kan meerdere maanden duren. Uw behandelend chirurg bespreekt vooraf het verwachte revalidatietraject.
Nee. Beschadigd gewrichtskraakbeen herstelt nauwelijks vanzelf. Wel kunnen verschillende behandelingen de pijn verminderen en de functie van de enkel verbeteren.
Wandelen blijft meestal mogelijk en is vaak zinvol, zolang de belasting wordt aangepast aan de klachten. Bij ernstige pijn kunnen fietsen of zwemmen comfortabelere alternatieven zijn.
Een operatie wordt overwogen wanneer pijn en bewegingsbeperkingen blijven bestaan ondanks een passende niet-operatieve behandeling en uw dagelijkse activiteiten aanzienlijk worden beperkt.
Ja. Na een enkelbreuk kan het kraakbeen beschadigd raken of de gewrichtsstand veranderen. Hierdoor kan jaren later posttraumatische enkelartrose ontstaan.
Bij een enkelprothese wordt het versleten gewricht vervangen door een kunstgewricht, waardoor een deel van de beweging behouden blijft. Bij een enkelartrodese wordt het enkelgewricht definitief vastgezet.
Dr. Wahid Rezaie, orthopedisch voet- en enkelchirurg bij AZORG Aalst, behandelt patiënten met enkelartrose en complexe standafwijkingen van de voet en enkel.
Tijdens de raadpleging worden uw klachten, de gewrichtsstand en de beschikbare beeldvorming beoordeeld.
Op basis hiervan bespreekt dr. Rezaie de verschillende behandelmogelijkheden en stelt hij samen met u een individueel behandelplan op.
Het doel is om pijn te verminderen, de functie van de enkel te verbeteren en u zo goed mogelijk te helpen bij het hervatten van uw dagelijkse activiteiten.
Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts.
Dienst Orthopedie – Campus Aalst
Moorselbaan 164
9300 Aalst
Tel: 053 72 43 75
Fax: 053 72 46 46
Orthopedie.Moorselbaan@azorg.be
Biezenstraat 2, 9400 Ninove
Tel: 054312060
Orthopedie.ninove@azorg.be
D i s c l a i m e r
De informatie in deze brochure is van algemene aard
en is bedoeld om u een globaal beeld te geven van de
zorg en voorlichting die u kunt verwachten. In iedere
situatie, en dus ook de uwe, kunnen andere adviezen
of procedures van toepassing zijn. Deze brochure
vervangt dus niet de informatie die u van uw
behandelend arts reeds kreeg en die rekening houdt
met uw specifieke toestand. Zijn er na het lezen van
deze brochure nog vragen schrijf deze eventueel op en
bespreek ze in ieder geval met uw behandelend arts.