Enkelprothese

Enkelprothese bij enkelartrose: operatie en herstel

Wat is een enkelprothese?

Een enkelprothese is een kunstgewricht dat het versleten enkelgewricht vervangt. Deze behandeling kan een goede oplossing zijn voor patiënten met ernstige enkelartrose als gevolg van slijtage, reuma of een eerder ongeval.

Het doel van een enkelprothese-operatie is om pijn te verminderen, de beweeglijkheid van de enkel zoveel mogelijk te behouden en het stappen te verbeteren.

Wanneer niet-operatieve behandelingen onvoldoende verlichting bieden, kan een enkelprothese worden overwogen. De keuze voor deze ingreep maakt u samen met uw voet- en enkelchirurg.

Meer informatie over de oorzaken, symptomen en behandelmogelijkheden vindt u op onze pagina Enkelartrose.

De enkelprothese bestaat uit drie componenten:

 

Wanneer komt u in aanmerking voor een enkelprothese?

Niet iedere patiënt met enkelartrose komt in aanmerking voor een enkelprothese. De keuze hangt af van verschillende factoren:

  • Uw leeftijd en lichamelijke activiteit.
  • De ernst en oorzaak van de enkelartrose.
  • De stand en stabiliteit van het enkelgewricht.
  • De kwaliteit van het bot.
  • Eventuele afwijkingen van de voet.
  • De aanwezigheid van artrose in één of beide enkels.

Op basis van het klinisch onderzoek en de radiologische beelden bespreekt de voet- en enkelchirurg welke behandeling voor u het meest geschikt is.

Wat zijn de voordelen van een enkelprothese?

Het belangrijkste voordeel van een enkelprothese is dat de beweeglijkheid van het enkelgewricht gedeeltelijk behouden blijft.

Dit kan bijdragen aan een natuurlijker stappatroon en een betere afwikkeling van de voet tijdens het wandelen.

Daarnaast kan het behoud van beweging de belasting van aangrenzende gewrichten gunstig beïnvloeden.

Bij een enkelartrodese, waarbij het enkelgewricht definitief wordt vastgezet, verdwijnt de beweging in het enkelgewricht. Daardoor moeten andere gewrichten in de voet een deel van deze beweging opvangen.

Wat zijn de nadelen en risico’s van een enkelprothese?

Een enkelprothese heeft een beperkte levensduur. Na verloop van tijd kunnen slijtage, loslating of andere problemen ontstaan.

Vooral bij jonge en zeer actieve patiënten kan de belasting van de prothese groter zijn. Hierdoor kan het risico op een nieuwe operatie toenemen.

De levensduur verschilt per patiënt en is afhankelijk van onder andere de botkwaliteit, lichamelijke activiteit, stand van de enkel en het gebruikte prothesetype.

Wanneer een prothese niet meer goed functioneert, kan een revisieoperatie nodig zijn. In sommige gevallen is het noodzakelijk om de enkel alsnog vast te zetten.

Hoe verloopt een enkelprothese-operatie?

Een enkelprothese-operatie wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving, vaak gecombineerd met een regionale zenuwverdoving voor aanvullende pijnstilling.

De ingreep duurt doorgaans ongeveer 90 tot 120 minuten.

Tijdens de operatie maakt de voet- en enkelchirurg een huidsnede aan de voorzijde van het enkelgewricht. Vervolgens worden de versleten gewrichtsoppervlakken zorgvuldig verwijderd.

Met speciale instrumenten wordt het bot voorbereid, zodat de onderdelen van de enkelprothese nauwkeurig geplaatst kunnen worden.

Daarna controleert de chirurg de stand, stabiliteit en beweeglijkheid van het kunstgewricht.

Welk type enkelprothese wordt gebruikt?

Er bestaan verschillende typen enkelprothesen. De keuze hangt af van de anatomie van de enkel, de botkwaliteit en de specifieke kenmerken van de patiënt.

Binnen het AZORG Ziekenhuis wordt onder andere gebruikgemaakt van het INFINITY™ Total Ankle System.

Dit is een moderne enkelprothese waarvoor verschillende wetenschappelijke onderzoeken gunstige klinische resultaten op korte en middellange termijn hebben beschreven.

Röntgenfoto van een totale enkelprothese bij ernstige enkelartrose

Röntgenfoto van een totale enkelprothese bij ernstige enkelartrose

Voorbereiding op een enkelprothese-operatie

Het belang van een goede uitlijning, stabiliteit en beweeglijkheid

Voor een goed en duurzaam functioneren van een enkelprothese is meer nodig dan alleen het vervangen van het versleten enkelgewricht. Een correcte uitlijning van het onderbeen en de achtervoet, voldoende stabiliteit en een goede beweeglijkheid van de enkel zijn essentieel.

Ook de soepelheid van de kuitspieren en de achillespees speelt een belangrijke rol. Wanneer deze structuren verkort zijn, kan dit de beweeglijkheid van de enkelprothese beperken en de belasting van het kunstgewricht beïnvloeden.

Daarom zijn tijdens het plaatsen van een enkelprothese soms aanvullende chirurgische correcties noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een standscorrectie van het onderbeen of de voet, een stabilisatie van de enkelbanden of een verlenging van de kuitspieren of achillespees.

Welke onderzoeken zijn nodig vóór een enkelprothese?

Om de operatie zorgvuldig voor te bereiden en eventuele bijkomende correcties te bepalen, vindt een uitgebreid preoperatief onderzoek plaats. Dit omvat:

  • Klinisch onderzoek: beoordeling van de stand, stabiliteit en beweeglijkheid van de enkel en voet.
  • Staande röntgenfoto’s: beoordeling van de enkelartrose en de botstand onder belasting.
  • Staande beenasopname (full-length alignment radiograph): beoordeling van de uitlijning van het volledige been, van heup tot enkel.
  • Aanvullende beeldvorming: indien nodig een CT-scan of ander gericht onderzoek.

Biomechanisch onderzoek in het Voetlab AZORG Aalst

Binnen AZORG Aalst wordt voorafgaand aan een enkelprothese-operatie standaard een aanvullend biomechanisch onderzoek uitgevoerd in het Voetlab AZORG Aalst.

Tijdens dit onderzoek worden het stappatroon, de voetafwikkeling en de belasting van de voet en enkel geanalyseerd. Hierdoor kunnen eventuele biomechanische afwijkingen beter in kaart worden gebracht.

Op basis van het klinisch onderzoek, de beeldvorming en de biomechanische analyse stelt de voet- en enkelchirurg een individueel operatieplan op.

Het doel is niet alleen de pijn te verminderen, maar ook de uitlijning, stabiliteit en beweeglijkheid van de enkel te optimaliseren. Hiermee worden zo gunstig mogelijke voorwaarden gecreëerd voor een goed functionerende en duurzame enkelprothese.

Revalidatie en herstel na een enkelprothese

Een goede revalidatie is belangrijk voor het uiteindelijke resultaat van de operatie.

Het herstel verloopt geleidelijk en is afhankelijk van de wondgenezing, botkwaliteit en eventuele bijkomende ingrepen.

De eerste twee weken na de operatie

Direct na de operatie krijgt u een gipsspalk die doorgaans twee weken blijft zitten.

Tijdens deze periode mag u het geopereerde been niet belasten. U verplaatst zich met behulp van elleboogkrukken.

Daarnaast is het belangrijk om de voet regelmatig hoog te leggen. Hierdoor kunnen pijn en zwelling verminderen.

Vooral tijdens de eerste week kan de enkel pijnlijk aanvoelen wanneer u het been naar beneden houdt. Deze klachten nemen doorgaans geleidelijk af.

Zwelling kan echter nog verschillende maanden aanwezig blijven.

Twee tot vier weken na de operatie

Ongeveer twee weken na de operatie vindt een wondcontrole plaats en worden de hechtingen verwijderd.

Vervolgens wordt de gipsspalk meestal vervangen door een walker, een afneembare beschermende laars.

Hiermee kunt u beginnen met gecontroleerde bewegingsoefeningen van de enkel, volgens de instructies van uw chirurg.

De belasting wordt geleidelijk opgebouwd.

Vanaf vier weken na de operatie

Bij een ongecompliceerd herstel mag u volgens het gebruikelijke protocol vanaf ongeveer vier weken volledig belasten in de walker.

Dit gebeurt steeds volgens de instructies van uw behandelend chirurg.

Wanneer tijdens de operatie ook een standscorrectie van de voet of een verlenging van de achillespees werd uitgevoerd, kan een langere immobilisatie noodzakelijk zijn.

Kinesitherapie na een enkelprothese

Na voldoende wondgenezing start u met kinesitherapie.

De behandeling richt zich op het verbeteren van de beweeglijkheid, spierkracht en stabiliteit van de enkel.

Daarnaast wordt aandacht besteed aan een goed stappatroon en de afwikkeling van de voet tijdens het wandelen.

Ook evenwichtsoefeningen en proprioceptietraining vormen een belangrijk onderdeel van de revalidatie.

Het doel is om de dagelijkse activiteiten geleidelijk en veilig te hervatten.

Wanneer mag u weer werken na een enkelprothese?

De werkhervatting hangt af van uw beroep en het verloop van de revalidatie.

Bij zittend werk is een eerdere hervatting soms mogelijk, zodra u voldoende mobiel bent en de enkel langere tijd naar beneden kunt houden.

Voor staand of lichamelijk belastend werk is meestal een langere herstelperiode nodig. Werkhervatting is vaak mogelijk na ongeveer 8 tot 12 weken, afhankelijk van de belasting en het herstel.

De duur van de arbeidsongeschiktheid wordt individueel bepaald. Een eerste attest bedraagt doorgaans ongeveer zes weken en kan indien nodig worden verlengd.

Wanneer mag u autorijden?

Autorijden is pas verantwoord wanneer u voldoende controle en kracht in de geopereerde voet heeft.

U moet de pedalen veilig kunnen bedienen en zonder vertraging een noodstop kunnen uitvoeren.

Daarom wordt autorijden met een gipsspalk of walker afgeraden.

Het tijdstip waarop u opnieuw mag autorijden, hangt af van de geopereerde zijde, het herstel en het advies van uw chirurg.

Welke sporten zijn mogelijk met een enkelprothese?

Na voldoende herstel zijn verschillende activiteiten met een lage gewrichtsbelasting mogelijk, zoals:

  • Wandelen en nordic walking.
  • Fietsen.
  • Zwemmen, zodra de wonde volledig genezen is.
  • Oefenen op een crosstrainer.

Daarentegen worden sporten met veel springen, hardlopen of plotse draaibewegingen meestal afgeraden.

Deze activiteiten kunnen de belasting van de enkelprothese verhogen en mogelijk bijdragen aan vroegtijdige slijtage.

Mogelijke complicaties na een enkelprothese

Zoals bij iedere operatie bestaat ook bij het plaatsen van een enkelprothese een risico op complicaties.

Wondproblemen en infectie

Na de operatie kunnen wondgenezingsproblemen of infecties optreden.

Om het infectierisico te verminderen, krijgt u tijdens de operatie preventief antibiotica via een infuus.

Een diepe infectie rond de prothese kan een aanvullende behandeling of operatie noodzakelijk maken.

Loslating of slijtage van de prothese

Na verloop van tijd kunnen onderdelen van de enkelprothese slijten of loskomen.

Wanneer hierdoor pijn of functieverlies ontstaat, kan een nieuwe operatie nodig zijn.

Afhankelijk van de situatie kan de prothese worden vervangen of kan een enkelartrodese worden uitgevoerd.

Trombose

Na een enkeloperatie bestaat een verhoogd risico op trombose, vooral wanneer het been tijdelijk minder wordt belast.

Daarom krijgt u afhankelijk van uw persoonlijke risicoprofiel en het postoperatieve protocol antistollingsmedicatie.

Daarnaast helpt het regelmatig bewegen van de tenen en het aanspannen van de kuitspieren om de bloedcirculatie te bevorderen.

Voorbereiding op de dag van de operatie

Om de operatie zo veilig mogelijk te laten verlopen, vragen wij u rekening te houden met de volgende richtlijnen:

  • Kom met schone, kortgeknipte nagels en zonder nagellak naar het ziekenhuis.
  • Neem bij ziekte of koorts boven 38 °C zo snel mogelijk contact op met het ziekenhuis.
  • Meld u op het afgesproken tijdstip aan bij de dienst Inschrijvingen. Vervolgens gaat u naar de afdeling waar u wordt opgenomen.
  • Volg nauwkeurig de nuchterheidsinstructies van de anesthesist. Doorgaans mag u tot zes uur voor de ingreep geen vaste voeding meer gebruiken. Voor heldere dranken kunnen andere richtlijnen gelden.

Ontslag uit het ziekenhuis

Na de operatie wordt een controle-röntgenfoto gemaakt om de positie van de enkelprothese te beoordelen.

Voor uw ontslag ontvangt u instructies over wondzorg, mobilisatie en pijnstilling.

Daarnaast krijgt u indien nodig voorschriften voor medicatie, antistolling en kinesitherapie, evenals een attest voor arbeidsongeschiktheid.

De eerste controleafspraak wordt volgens het gebruikelijke opvolgschema ingepland.

Veelgestelde vragen over een enkelprothese

Hoelang gaat een enkelprothese mee?

Een moderne enkelprothese kan vele jaren goed functioneren. De levensduur verschilt per patiënt en hangt onder andere af van de lichamelijke activiteit, botkwaliteit en het gebruikte prothesetype.

Wat is beter: een enkelprothese of een enkelartrodese?

Bij een enkelprothese blijft een deel van de beweging behouden. Bij een enkelartrodese wordt het enkelgewricht definitief vastgezet. Beide behandelingen kunnen pijn bij ernstige enkelartrose verminderen. De keuze hangt af van de persoonlijke situatie en de kenmerken van het enkelgewricht.

Hoelang duurt het volledige herstel?

De eerste zes weken staan vooral in het teken van wondgenezing en geleidelijke mobilisatie. Daarna worden de spierkracht en beweeglijkheid verder opgebouwd. Het volledige herstel kan zes tot twaalf maanden duren.

Kan een enkelprothese opnieuw vervangen worden?

Ja, in bepaalde gevallen kan een versleten of losgekomen enkelprothese worden vervangen. De mogelijkheden hangen af van de botkwaliteit, de stabiliteit van de enkel en de oorzaak van het probleem.

Heeft u nog vragen over een enkelprothese?

Heeft u ernstige enkelartrose en wilt u weten of een enkelprothese voor u geschikt is?

Dr. Wahid Rezaie, orthopedisch voet- en enkelchirurg in het AZORG Ziekenhuis Aalst, beoordeelt tijdens de raadpleging uw klachten, de stand en beweeglijkheid van uw enkel en de beschikbare radiologische onderzoeken.

Op basis hiervan bespreekt hij met u de mogelijke behandelingen en het verwachte herstel.

 

Heeft u nog vragen?

Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Campus Aalst

Dienst Orthopedie – Campus Aalst

Moorselbaan 164

9300 Aalst

Tel: 053 72 43 75

Fax: 053 72 46 46

Orthopedie.Moorselbaan@azorg.be

Campus Ninove

Biezenstraat 2, 9400 Ninove

Tel: 054312060

Orthopedie.ninove@azorg.be

 

D i s c l a i m e r

De informatie in deze brochure is van algemene aard

en is bedoeld om u een globaal beeld te geven van de

zorg en voorlichting die u kunt verwachten. In iedere

situatie, en dus ook de uwe, kunnen andere adviezen

of procedures van toepassing zijn. Deze brochure

vervangt dus niet de informatie die u van uw

behandelend arts reeds kreeg en die rekening houdt

met uw specifieke toestand. Zijn er na het lezen van

deze brochure nog vragen schrijf deze eventueel op en

bespreek ze in ieder geval met uw behandelend arts.