Postoperatief revalidatieprotocol na correctie van hallux valgus volgens MIS techniek

U bent onder behandeling bij AZORG. In overleg met uw behandelend arts is besloten uw hallux valgus (scheefstand van de grote teen) operatief te corrigeren met behulp van minimaal invasieve chirurgie (MIS – Minimally Invasive Surgery).

In deze folder vindt u belangrijke informatie en praktische richtlijnen over de nabehandeling en revalidatie na uw operatie. Het volgen van deze richtlijnen is belangrijk voor een zo goed mogelijk herstel.

Dit revalidatieprotocol is specifiek opgesteld voor patiënten die volgens de MIS-techniek zijn geopereerd. De beschreven adviezen en richtlijnen zijn daarom niet zonder meer van toepassing op andere operatieve technieken voor hallux valgus.

Week 1 na de operatie

  • Hoogleggen van de voet: Na een voetoperatie is het belangrijk om de voet zoveel mogelijk hoog te houden. Dit helpt zwelling en pijn te beperken. Leg de voet hoger dan de knie en de knie hoger dan de heup, bij voorkeur ondersteund door kussens.
  • Postoperatieve schoen: Draag de postoperatieve schoen die door uw arts werd voorgeschreven. Zodra de verdoving is uitgewerkt, mag u vanaf de eerste dag na de operatie volledig op de voet steunen in deze schoen. Gebruik indien nodig twee krukken. De postoperatieve schoen mag ’s nachts uit, maar moet steeds worden gedragen wanneer u staat of stapt.
  • U mag op de dag van de operatie naar huis.
  • Enige doorbloeding van het verband gedurende de eerste dagen na de operatie is normaal.

Pijnstilling

Een goede pijnstilling is belangrijk voor uw comfort en herstel. Het zenuwblok dat tijdens de operatie wordt toegediend, werkt doorgaans gedurende 12 tot 24 uur. Wacht daarom niet tot de verdoving volledig is uitgewerkt voordat u de voorgeschreven pijnmedicatie inneemt.

Als standaard pijnschema kan uw behandelend arts gedurende de eerste 24 uur na de ingreep het volgende voorschrijven:

  • paracetamol 1000 mg: viermaal per dag;
  • diclofenac 50 mg: driemaal per dag;
  • bij onvoldoende pijnstilling kan aanvullend tramadol 50 mg, maximaal tweemaal per dag, worden voorgeschreven.

Gebruik deze medicatie uitsluitend volgens het voorschrift dat u bij ontslag heeft ontvangen. Het hierboven beschreven schema is een algemeen postoperatief pijnschema en kan door uw arts worden aangepast aan uw persoonlijke situatie.

Diclofenac is niet voor iedere patiënt geschikt, bijvoorbeeld bij bepaalde maag-, nier- of hartproblemen, bij het gebruik van bepaalde bloedverdunners of bij een bekende overgevoeligheid voor ontstekingsremmers. Ook tramadol kan bijwerkingen veroorzaken en is niet voor iedere patiënt geschikt. Uw behandelend arts houdt hiermee rekening bij het voorschrijven van uw medicatie.

Zodra de pijn afneemt, kunt u de pijnmedicatie in overleg met uw arts stapsgewijs afbouwen. Stop daarbij eerst met tramadol. Wanneer de pijn verder vermindert, kan vervolgens ook diclofenac worden afgebouwd. Paracetamol kan indien nodig nog tijdelijk worden voortgezet.

Neem bij twijfel over uw medicatie, bijwerkingen, allergieën of andere vragen contact op met uw behandelend arts of apotheker.

  • Wondcontrole: In de eerste week vindt een controle plaats bij uw behandelend chirurg voor wondcontrole en verbandwissel.
  • Verband: Het postoperatieve verband is speciaal aangelegd om de geopereerde voet en de gecorrigeerde teenstand te ondersteunen. Dit verband mag uitsluitend worden gewisseld door uw behandelend chirurg of diens team. Neem bij problemen met het verband rechtstreeks contact op met het secretariaat Orthopedie (zie contactgegevens onderaan).
  • Koelen: Leg gedurende maximaal 10 minuten per uur ijs of een coldpack bovenop het verband. Leg ijs nooit rechtstreeks op de huid.
  • Houd het verband steeds droog. Gebruik tijdens het douchen een geschikte douchehoes.
  • Trombosepreventie: Medicatie ter voorkoming van trombose (injecties of tabletten) is in principe niet nodig, omdat u vanaf de eerste dag na de operatie op de voet mag steunen. Bij verhoogde risicofactoren voor trombose, zoals een eerdere trombose of bepaalde stollingsstoornissen (bijvoorbeeld Factor V Leiden of proteïne C-deficiëntie), kan tromboseprofylaxe gedurende zes weken noodzakelijk zijn. Uw arts bespreekt dit indien dit voor u van toepassing is.
  • Beweeg regelmatig uw tenen binnen het verband en oefen ook enkel, knie en heup volgens het onderstaande oefenschema.

Week 2–3 na de operatie

  • Leg de voet gedurende minimaal zes uur per dag hoog, zeker wanneer de voet gezwollen is en aan het einde van de dag.
  • Gebruik pijnstilling indien nodig en volgens het voorschrift van uw arts.
  • U mag de voet volledig belasten in de postoperatieve schoen.
  • Slaap bij voorkeur met het been ondersteund door twee kussens.
  • Koel de voet indien nodig gedurende maximaal 10 minuten per uur bovenop het verband.
  • Aan het einde van week 3 vindt een controle plaats bij uw behandelend specialist.
  • Tijdens deze controle worden het verband en de hechtpleisters verwijderd en wordt de wond geïnspecteerd.
  • In sommige gevallen worden tijdens de operatie kleine metalen pinnetjes geplaatst om de gecorrigeerde teenstand te behouden. Indien externe pinnetjes zijn gebruikt, worden deze tijdens deze controle verwijderd. Het verwijderen hiervan is doorgaans vrijwel pijnloos en hiervoor is geen verdoving nodig.
  • Zet de revalidatieoefeningen voort volgens onderstaand schema.

Week 4–6 na de operatie

  • Aan het einde van week 5 mag u het verband en de tapes zelf verwijderen. Daarna mag u de voet volledig wassen en reinigen. Een kort bad van maximaal 10 minuten is toegestaan. Droog de voet daarna zorgvuldig af, ook tussen de tenen.
  • Na het verwijderen van het verband mag u verder stappen met een dikke sok of kous in de postoperatieve schoen.
  • Zes tot acht weken na de operatie vindt een poliklinische controle plaats. Hierbij worden onder andere pijn, zwelling en beweeglijkheid beoordeeld en wordt een controle-röntgenfoto van de voet gemaakt.
  • Indien de controle-röntgenfoto voldoende botgenezing toont, mag de postoperatieve schoen in overleg met uw behandelend arts worden vervangen door een brede, comfortabele gewone schoen.
  • De voet kan gedurende de eerste maanden na de operatie nog gezwollen en enigszins verkleurd zijn. De duur hiervan verschilt per patiënt en is onder andere afhankelijk van de omvang van de ingreep, uw leeftijd en uw activiteitsniveau. Dit past doorgaans bij het normale herstel.
  • Zet de revalidatieoefeningen voort volgens onderstaand schema.
  • Vanaf ongeveer zes weken begint de meer actieve revalidatiefase, wanneer bot en weke delen voldoende zijn genezen. U mag de belasting geleidelijk uitbreiden, afhankelijk van pijn, zwelling en uw eigen hersteltempo.
  • Indien nodig kan uw arts begeleiding door een kinesitherapeut adviseren.

Maand 3–6 na de operatie

  • Het is normaal dat u in deze periode nog enige hinder van de geopereerde voet ervaart. De mate hiervan is afhankelijk van onder andere de omvang van de ingreep, uw leeftijd en uw activiteitsniveau.
  • Routinematig gebruik van ontstekingsremmers zoals diclofenac en ibuprofen wordt in deze fase afgeraden. Bij pijnklachten adviseren wij bij voorkeur paracetamol, tenzij uw arts anders adviseert.
  • Klachten zoals lichte huidverkleuring, verhoogde transpiratie, restzwelling, een doof of veranderd gevoel of het gevoel alsof u ‘op kussens loopt’, kunnen tijdens het herstel voorkomen en nemen meestal geleidelijk af.
  • Tijdens de controle worden de botgenezing, beweeglijkheid van de voet en teen en de schoenpasvorm geëvalueerd.
  • Er wordt een controle-röntgenfoto van de voet gemaakt.
  • Blijf de revalidatieoefeningen consequent uitvoeren.

Eén jaar na de operatie

  • Ongeveer één jaar na de operatie vindt een controle bij uw specialist plaats om het eindresultaat te beoordelen. Hierbij wordt opnieuw een röntgenfoto van de voet gemaakt.
  • Het volledige herstel na een hallux-valgusoperatie verloopt geleidelijk. Gemiddeld duurt het ongeveer één jaar voordat patiënten nauwelijks meer merken dat de voet geopereerd is.

Revalidatieoefeningen na hallux-valguscorrectie volgens de MIS-techniek

Vanaf dag 1

Isometrische kuitspieroefeningen – liggend

  1. Ga op uw rug liggen met beide benen gestrekt.
  2. Druk de knieholtes stevig in het matras.
  3. Houd deze positie 10 seconden vast.
  4. Ontspan en herhaal dit 10 keer.
  5. Voer deze oefening driemaal per dag uit.

Onbelaste oefeningen van enkel, knie en heup

Buig en strek regelmatig de enkel, knie en heup om de beweeglijkheid te onderhouden en spierverlies zoveel mogelijk te beperken.

Teenbewegingen in het verband

Beweeg de tenen afwisselend omhoog en omlaag, alsof u piano speelt. Hiermee activeert u de buig- en strekspieren van de tenen.

Vanaf week 2 – vijfmaal per dag

Teenlift – 20 herhalingen: Houd de voet plat op de grond en til de grote teen actief omhoog.

Manueel strekken – 20 herhalingen: Trek de grote teen voorzichtig met de hand omhoog tot u lichte rek of lichte pijn voelt. Houd drie seconden vast.

Teenbuiging – 20 herhalingen: Buig de grote teen naar beneden over de rand van een dik boek.

Manuele buiging – 20 herhalingen: Duw de grote teen voorzichtig met de hand naar beneden tot u lichte rek of lichte pijn voelt. Houd drie seconden vast.

Vanaf week 4 – vijfmaal per dag

Teenstrekking in zittende houding met geheven hiel – 5 herhalingen: Til de hiel op zodat de grote teen wordt gestrekt. Houd deze positie 10 seconden vast.

Teenbuiging in zittende houding met geheven hiel – 5 herhalingen: Buig de grote teen gecontroleerd. Houd deze positie 10 seconden vast.

Vanaf week 7 – vijfmaal per dag

Dubbele hielheffing – 20 herhalingen: Ga staan en gebruik indien nodig een muur als steun. Til beide hielen op en laat de grote teen gecontroleerd meebuigen. Houd de eindpositie 10 seconden vast.

Kinesitherapie: Indien geïndiceerd kan vanaf deze fase kinesitherapie worden gestart, gericht op verdere verbetering van het gangpatroon, de beweeglijkheid, spierkracht, coördinatie en balans.

Achterwaartse lunges – 20 herhalingen: Plaats de geopereerde voet naar achteren en buig beide knieën gecontroleerd, waarbij u de grote teen laat meebuigen. Houd de eindpositie 10 seconden vast.

Werkhervatting

Het moment waarop u uw werk kunt hervatten, is afhankelijk van het soort werk, het verloop van uw herstel en de mate van zwelling en pijn. Gedurende de eerste twee weken na de operatie wordt zowel zittend als staand werk in principe afgeraden.

  • Zittend werk: doorgaans vanaf twee weken, mits u het been voldoende hoog kunt leggen. Indien dit niet mogelijk is, wordt werkhervatting vanaf ongeveer vier weken geadviseerd.
  • Staand werk: doorgaans vanaf ongeveer zes weken, afhankelijk van zwelling, pijn en comfort.
  • Fysiek zwaar werk: doorgaans vanaf acht tot tien weken. Bij een vlot herstel kan eerdere hervatting in overleg met uw behandelend arts mogelijk zijn.

Autorijden

U mag pas opnieuw autorijden wanneer u de pedalen veilig en gecontroleerd kunt bedienen en zonder pijn een krachtige noodstop kunt uitvoeren.

  • Operatie aan de linkervoet bij een automatische wagen: doorgaans vanaf twee weken.
  • Operatie aan de rechtervoet: doorgaans vanaf zes weken, wanneer u weer een gewone schoen kunt dragen en de voet voldoende functioneert om veilig te remmen.
  • Bij twijfel over het hervatten van autorijden bespreekt u dit met uw behandelend arts.

Vragen of problemen?

Heeft u na de operatie vragen of ervaart u problemen met het verband, de wond of het herstel? Neem dan contact op met het secretariaat Orthopedie van AZORG via de onderstaande contactgegevens.